© 2024 vogelvereniging Laarbeek
Vogelvereniging Laarbeek
Kweken en of fokken. In een periode tussen twee fok- of kweekseizoenen in en we als fokker volop bezig zijn met onze gefokte/gekweekte vogels klaar te maken voor de tentoonstellingen en daar waar nodig een strenge selectie van onze vogels toepassen, is er misschien even tijd om het een en ander eens op een rijtje te zetten. In de volksmond worden deze woorden, fokken en kweken, door elkaar gebruikt. De termen fokken en kweken mogen dan in grote lijnen dezelfde betekenis hebben, het gebruik in de Nederlandse taal is wel degelijk anders. Kweken gebeurt met bacteriën, planten, bomen en koudbloedige dieren (vissen, reptielen). Alle dieren die warmbloedig zijn worden gefokt. Dus ook onze Europese cultuurvogels en andere warmbloedige dieren worden gefokt en degene die er zich mee bezig houd wordt fokker genoemd. Fokken of kweken is het met elkaar kruisen van door de mens geselecteerde dieren of planten uit een bepaalde beschikbare groep. Ik wil me hier beperken tot onze hobby en spreek ik verder over onze vogels. Dit fokken gebeurd meestal onder niet-natuurlijke omstandigheden m.a.w. zonder vrije partnerkeus worden onze vogels aangezet om nakomelingen te produceren. De verwachting is dat gewenste eigenschappen in het nageslacht versterkt tot uitdrukking zullen komen. Herhaling van dit proces over generaties leidt tot veredeling ('verbetering') en het ontstaan van nieuwe rassen of variëteiten. Nadat een vogelsoort is geselecteerd kan het fokken beginnen. Dit gebeurt met individuen die de uiterlijke eigenschap of eigenschappen bezitten die voor ons als vogelliefhebber bruikbaar zijn. Er is een grote kans dat de nakomelingen van deze vogels deze eigenschap ook zullen bezitten, al dan niet in hogere mate. Met deze nakomelingen wordt dan weer verder gefokt om de bruikbare eigenschap nog beter tot ontwikkeling te laten komen. Dit noemt men de veredeling van eigenschappen of het verrijken van een bepaalde eigenschap. Door dit veredelingsproces ontstaan uiteindelijk specifieke rassen uit een vogelsoort, die wezenlijk verschillen van de oervorm. Voorbeelden hiervan zijn o.a.de gefriseerde en gekuifde rassen bij de kanarie. Zo zijn in de loop van de jaren heel veel verschillende rassen binnen een gedomesticeerde soort ontstaan. Sommige rassen bij onze landbouwhuisdieren kunnen onderverdeeld worden in verschillende stamlijnen. Een stamlijn bestaat uit rassen die op ongeveer dezelfde eigenschappen zijn gekweekt en op eenzelfde functie van toepassing zijn. Een voorbeeld hiervoor zijn bv onze kippen; er zijn kippen die gefokt worden voor het produceren van eieren en er zijn er die gefokt worden voor de hoge vleesproductie. Het op deze manier van fokken van deze dieren is eigenlijk de laatste stap in het domesticatieproces, het tam maken van dieren. Dit is afgeleid van het Latijnse woord domicilium wat “woonplaats” betekent. De vogels “ wonen” dus bij de mens en zijn van de mens afhankelijk geworden. Voordat ermee gefokt kan worden moeten vogels eerst wennen aan een leven in de onmiddellijke nabijheid van de mens. Verder is van belang dat de vogels geen stress vertonen en de stof endorfine, een stofje uit de hersenen, zijn werk doet. Ook moet het juiste voedsel beschikbaar zijn met de goede voedingsstoffen om allerlei lichamelijke stoffen, zoals eiwitten en hormonen aan te kunnen maken. Na verloop van generaties zal de vogel voor zijn overleven afhankelijk worden en een band opbouwen met zijn verzorger. Daarbij zullen 'wilde' kenmerken en gedragseigenschappen geleidelijk verdwijnen. De vogels worden afhankelijk gemaakt door ze te bieden wat ze het meest nodig hebben: voedsel en bescherming. Een vogelsoort moet zich aan de nieuwe leefomgeving aanpassen. Mensen moeten zorgen voor een omgeving waarin een vogel zich prettig voelt, omdat de vogel zich onder de nieuwe omstandigheden moet kunnen voortplanten. Eind jaren 60, begin jaren 70 werden de volières voor onze Europese vogels dan ook weelderig aangekleed met groen en allerlei beschutting gegeven. Tegenwoordig worden na tientallen generaties deze vogels gefokt in kleine broedkooien en is de Europese Cultuurvogel ontstaan. Aan het eind van het domesticatieproces kan men zich meer gaan richten op de vererving van bepaalde eigenschappen en door het selectief fokken zullen ook mutaties ontstaan. In de vrije natuur ontstaan deze mutaties ook maar zullen door o.a. roofvogels of roofdieren weggevangen worden omdat hun natuurlijke schutkleur door de mutatie afwijkt en dus meer opvallen en daardoor ten prooi vallen. Op deze manier kunnen deze genen niet doorgegeven worden aan de volgende generatie waardoor de mutant weer uitsterft. In de beginperiode van het domesticatieproces had men weinig kennis van erfelijke eigenschappen, hoe ze zich gedroegen en doorgegeven werden aan de nakomelingen. Pas toe Gregor Mendel, een monnik uit het tegenwoordige Tsjechië, belangrijke experimenten deed met erfelijke eigenschappen van o.a. erwten, heeft de erfelijkheid en werking van het DNA en genen (enkelvoud gen) een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Deze ontwikkelingen gaan zelfs zover dat er stukjes DNA uit de celkern gehaald en vervangen worden door een ander stukje DNA zodat de cel een totaal andere eigenschap krijgt. Dit wordt gentechnologie of recombinant DNA techniek genoemd. In onze hobby, bij het vogels fokken, maken we overigens alleen gebruik van spontaan ontstane mutaties. Meestal komen deze tot uiting in de kleur, de ligging van het eu-melanine en het phaeo-melanine of deels of totale reductie ervan. Soms worden kleurmutaties gefokt door gebruik te maken van nauw verwante soorten die de gemuteerde factor hebben. Denk hierbij aan de agaat of bruine Chinese groenling die de kleurmutatie verworven heeft van de Europese groenling. Doordat deze” bastaarden” vruchtbaar zijn kan men dus een kleur in de nakomelingen fokken. Tijdens de onlangs georganiseerde show in Rosmalen hebben we het thema “ Verven met Genen” gehad. Hierbij stonden de kleurmutaties centraal. Deze materie is zo ongelooflijk uitgebreid en zijn er al diverse boeken over geschreven. Voor de fokker is het steeds weer een uitdaging om nieuwe mutaties op de show te brengen, vaak ook mutatiecombinaties die weer een aanwinst zijn voor onze hobby. Hopelijk kan het nieuwe fokseizoen 2016 u brengen wat u ervanverwacht en moge al uw wensen daarbij in vervulling gaan!!! Heel veel succes! Gerard v.d. Akker
© 2024 vogelvereniging Laarbeek
Vogelvereniging Laarbeek
Kweken en of fokken.
In een periode tussen twee fok- of kweekseizoenen in en we als fokker volop bezig zijn met onze gefokte/gekweekte vogels klaar te maken voor de tentoonstellingen en daar waar nodig een strenge selectie van onze vogels toepassen, is er misschien even tijd om het een en ander eens op een rijtje te zetten. In de volksmond worden deze woorden, fokken en kweken, door elkaar gebruikt. De termen fokken en kweken mogen dan in grote lijnen dezelfde betekenis hebben, het gebruik in de Nederlandse taal is wel degelijk anders. Kweken gebeurt met bacteriën, planten, bomen en koudbloedige dieren (vissen, reptielen). Alle dieren die warmbloedig zijn worden gefokt. Dus ook onze Europese cultuurvogels en andere warmbloedige dieren worden gefokt en degene die er zich mee bezig houd wordt fokker genoemd. Fokken of kweken is het met elkaar kruisen van door de mens geselecteerde dieren of planten uit een bepaalde beschikbare groep. Ik wil me hier beperken tot onze hobby en spreek ik verder over onze vogels. Dit fokken gebeurd meestal onder niet-natuurlijke omstandigheden m.a.w. zonder vrije partnerkeus worden onze vogels aangezet om nakomelingen te produceren. De verwachting is dat gewenste eigenschappen in het nageslacht versterkt tot uitdrukking zullen komen. Herhaling van dit proces over generaties leidt tot veredeling ('verbetering') en het ontstaan van nieuwe rassen of variëteiten. Nadat een vogelsoort is geselecteerd kan het fokken beginnen. Dit gebeurt met individuen die de uiterlijke eigenschap of eigenschappen bezitten die voor ons als vogelliefhebber bruikbaar zijn. Er is een grote kans dat de nakomelingen van deze vogels deze eigenschap ook zullen bezitten, al dan niet in hogere mate. Met deze nakomelingen wordt dan weer verder gefokt om de bruikbare eigenschap nog beter tot ontwikkeling te laten komen. Dit noemt men de veredeling van eigenschappen of het verrijken van een bepaalde eigenschap. Door dit veredelingsproces ontstaan uiteindelijk specifieke rassen uit een vogelsoort, die wezenlijk verschillen van de oervorm. Voorbeelden hiervan zijn o.a.de gefriseerde en gekuifde rassen bij de kanarie. Zo zijn in de loop van de jaren heel veel verschillende rassen binnen een gedomesticeerde soort ontstaan. Sommige rassen bij onze landbouwhuisdieren kunnen onderverdeeld worden in verschillende stamlijnen. Een stamlijn bestaat uit rassen die op ongeveer dezelfde eigenschappen zijn gekweekt en op eenzelfde functie van toepassing zijn. Een voorbeeld hiervoor zijn bv onze kippen; er zijn kippen die gefokt worden voor het produceren van eieren en er zijn er die gefokt worden voor de hoge vleesproductie. Het op deze manier van fokken van deze dieren is eigenlijk de laatste stap in het domesticatieproces, het tam maken van dieren. Dit is afgeleid van het Latijnse woord domicilium wat “woonplaats” betekent. De vogels “ wonen” dus bij de mens en zijn van de mens afhankelijk geworden. Voordat ermee gefokt kan worden moeten vogels eerst wennen aan een leven in de onmiddellijke nabijheid van de mens. Verder is van belang dat de vogels geen stress vertonen en de stof endorfine, een stofje uit de hersenen, zijn werk doet. Ook moet het juiste voedsel beschikbaar zijn met de goede voedingsstoffen om allerlei lichamelijke stoffen, zoals eiwitten en hormonen aan te kunnen maken. Na verloop van generaties zal de vogel voor zijn overleven afhankelijk worden en een band opbouwen met zijn verzorger. Daarbij zullen 'wilde' kenmerken en gedragseigenschappen geleidelijk verdwijnen. De vogels worden afhankelijk gemaakt door ze te bieden wat ze het meest nodig hebben: voedsel en bescherming. Een vogelsoort moet zich aan de nieuwe leefomgeving aanpassen. Mensen moeten zorgen voor een omgeving waarin een vogel zich prettig voelt, omdat de vogel zich onder de nieuwe omstandigheden moet kunnen voortplanten. Eind jaren 60, begin jaren 70 werden de volières voor onze Europese vogels dan ook weelderig aangekleed met groen en allerlei beschutting gegeven. Tegenwoordig worden na tientallen generaties deze vogels gefokt in kleine broedkooien en is de Europese Cultuurvogel ontstaan. Aan het eind van het domesticatieproces kan men zich meer gaan richten op de vererving van bepaalde eigenschappen en door het selectief fokken zullen ook mutaties ontstaan. In de vrije natuur ontstaan deze mutaties ook maar zullen door o.a. roofvogels of roofdieren weggevangen worden omdat hun natuurlijke schutkleur door de mutatie afwijkt en dus meer opvallen en daardoor ten prooi vallen. Op deze manier kunnen deze genen niet doorgegeven worden aan de volgende generatie waardoor de mutant weer uitsterft. In de beginperiode van het domesticatieproces had men weinig kennis van erfelijke eigenschappen, hoe ze zich gedroegen en doorgegeven werden aan de nakomelingen. Pas toe Gregor Mendel, een monnik uit het tegenwoordige Tsjechië, belangrijke experimenten deed met erfelijke eigenschappen van o.a. erwten, heeft de erfelijkheid en werking van het DNA en genen (enkelvoud gen) een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Deze ontwikkelingen gaan zelfs zover dat er stukjes DNA uit de celkern gehaald en vervangen worden door een ander stukje DNA zodat de cel een totaal andere eigenschap krijgt. Dit wordt gentechnologie of recombinant DNA techniek genoemd. In onze hobby, bij het vogels fokken, maken we overigens alleen gebruik van spontaan ontstane mutaties. Meestal komen deze tot uiting in de kleur, de ligging van het eu-melanine en het phaeo-melanine of deels of totale reductie ervan. Soms worden kleurmutaties gefokt door gebruik te maken van nauw verwante soorten die de gemuteerde factor hebben. Denk hierbij aan de agaat of bruine Chinese groenling die de kleurmutatie verworven heeft van de Europese groenling. Doordat deze ”bastaarden” vruchtbaar zijn kan men dus een kleur in de nakomelingen fokken. Tijdens de onlangs georganiseerde show in Rosmalen hebben we het thema Verven met Genen” gehad. Hierbij stonden de kleurmutaties centraal. Deze materie is zo ongelooflijk uitgebreid en zijn er al diverse boeken over geschreven. Voor de fokker is het steeds weer een uitdaging om nieuwe mutaties op de show te brengen, vaak ook mutatiecombinaties die weer een aanwinst zijn voor onze hobby. Hopelijk kan het nieuwe fokseizoen 2016 u brengen wat u ervanverwacht en moge al uw wensen daarbij in vervulling gaan!!! Heel veel succes! Gerard v.d. Akker
Vogelvereniging Laarbeek
© 2024 vogelvereniging Laarbeek
Kweken en of fokken.
In een periode tussen twee fok- of kweekseizoenen in en we als fokker volop bezig zijn met onze gefokte/gekweekte vogels klaar te maken voor de tentoonstellingen en daar waar nodig een strenge selectie van onze vogels toepassen, is er misschien even tijd om het een en ander eens op een rijtje te zetten. In de volksmond worden deze woorden, fokken en kweken, door elkaar gebruikt. De termen fokken en kweken mogen dan in grote lijnen dezelfde betekenis hebben, het gebruik in de Nederlandse taal is wel degelijk anders. Kweken gebeurt met bacteriën, planten, bomen en koudbloedige dieren (vissen, reptielen). Alle dieren die warmbloedig zijn worden gefokt. Dus ook onze Europese cultuurvogels en andere warmbloedige dieren worden gefokt en degene die er zich mee bezig houd wordt fokker genoemd. Fokken of kweken is het met elkaar kruisen van door de mens geselecteerde dieren of planten uit een bepaalde beschikbare groep. Ik wil me hier beperken tot onze hobby en spreek ik verder over onze vogels. Dit fokken gebeurd meestal onder niet-natuurlijke omstandigheden m.a.w. zonder vrije partnerkeus worden onze vogels aangezet om nakomelingen te produceren. De verwachting is dat gewenste eigenschappen in het nageslacht versterkt tot uitdrukking zullen komen. Herhaling van dit proces over generaties leidt tot veredeling ('verbetering') en het ontstaan van nieuwe rassen of variëteiten. Nadat een vogelsoort is geselecteerd kan het fokken beginnen. Dit gebeurt met individuen die de uiterlijke eigenschap of eigenschappen bezitten die voor ons als vogelliefhebber bruikbaar zijn. Er is een grote kans dat de nakomelingen van deze vogels deze eigenschap ook zullen bezitten, al dan niet in hogere mate. Met deze nakomelingen wordt dan weer verder gefokt om de bruikbare eigenschap nog beter tot ontwikkeling te laten komen. Dit noemt men de veredeling van eigenschappen of het verrijken van een bepaalde eigenschap. Door dit veredelingsproces ontstaan uiteindelijk specifieke rassen uit een vogelsoort, die wezenlijk verschillen van de oervorm. Voorbeelden hiervan zijn o.a.de gefriseerde en gekuifde rassen bij de kanarie. Zo zijn in de loop van de jaren heel veel verschillende rassen binnen een gedomesticeerde soort ontstaan. Sommige rassen bij onze landbouwhuisdieren kunnen onderverdeeld worden in verschillende stamlijnen. Een stamlijn bestaat uit rassen die op ongeveer dezelfde eigenschappen zijn gekweekt en op eenzelfde functie van toepassing zijn. Een voorbeeld hiervoor zijn bv onze kippen; er zijn kippen die gefokt worden voor het produceren van eieren en er zijn er die gefokt worden voor de hoge vleesproductie. Het op deze manier van fokken van deze dieren is eigenlijk de laatste stap in het domesticatieproces, het tam maken van dieren. Dit is afgeleid van het Latijnse woord domicilium wat “woonplaats” betekent. De vogels “ wonen” dus bij de mens en zijn van de mens afhankelijk geworden. Voordat ermee gefokt kan worden moeten vogels eerst wennen aan een leven in de onmiddellijke nabijheid van de mens. Verder is van belang dat de vogels geen stress vertonen en de stof endorfine, een stofje uit de hersenen, zijn werk doet. Ook moet het juiste voedsel beschikbaar zijn met de goede voedingsstoffen om allerlei lichamelijke stoffen, zoals eiwitten en hormonen aan te kunnen maken. Na verloop van generaties zal de vogel voor zijn overleven afhankelijk worden en een band opbouwen met zijn verzorger. Daarbij zullen 'wilde' kenmerken en gedragseigenschappen geleidelijk verdwijnen. De vogels worden afhankelijk gemaakt door ze te bieden wat ze het meest nodig hebben: voedsel en bescherming. Een vogelsoort moet zich aan de nieuwe leefomgeving aanpassen. Mensen moeten zorgen voor een omgeving waarin een vogel zich prettig voelt, omdat de vogel zich onder de nieuwe omstandigheden moet kunnen voortplanten. Eind jaren 60, begin jaren 70 werden de volières voor onze Europese vogels dan ook weelderig aangekleed met groen en allerlei beschutting gegeven. Tegenwoordig worden na tientallen generaties deze vogels gefokt in kleine broedkooien en is de Europese Cultuurvogel ontstaan. Aan het eind van het domesticatieproces kan men zich meer gaan richten op de vererving van bepaalde eigenschappen en door het selectief fokken zullen ook mutaties ontstaan. In de vrije natuur ontstaan deze mutaties ook maar zullen door o.a. roofvogels of roofdieren weggevangen worden omdat hun natuurlijke schutkleur door de mutatie afwijkt en dus meer opvallen en daardoor ten prooi vallen. Op deze manier kunnen deze genen niet doorgegeven worden aan de volgende generatie waardoor de mutant weer uitsterft. In de beginperiode van het domesticatieproces had men weinig kennis van erfelijke eigenschappen, hoe ze zich gedroegen en doorgegeven werden aan de nakomelingen. Pas toe Gregor Mendel, een monnik uit het tegenwoordige Tsjechië, belangrijke experimenten deed met erfelijke eigenschappen van o.a. erwten, heeft de erfelijkheid en werking van het DNA en genen (enkelvoud gen) een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Deze ontwikkelingen gaan zelfs zover dat er stukjes DNA uit de celkern gehaald en vervangen worden door een ander stukje DNA zodat de cel een totaal andere eigenschap krijgt. Dit wordt gentechnologie of recombinant DNA techniek genoemd. In onze hobby, bij het vogels fokken, maken we overigens alleen gebruik van spontaan ontstane mutaties. Meestal komen deze tot uiting in de kleur, de ligging van het eu-melanine en het phaeo-melanine of deels of totale reductie ervan. Soms worden kleurmutaties gefokt door gebruik te maken van nauw verwante soorten die de gemuteerde factor hebben. Denk hierbij aan de agaat of bruine Chinese groenling die de kleurmutatie verworven heeft van de Europese groenling. Doordat deze ”bastaarden” vruchtbaar zijn kan men dus een kleur in de nakomelingen fokken. Tijdens de onlangs georganiseerde show in Rosmalen hebben we het thema “Verven met Genen” gehad. Hierbij stonden de kleurmutaties centraal. Deze materie is zo ongelooflijk uitgebreid en zijn er al diverse boeken over geschreven. Voor de fokker is het steeds weer een uitdaging om nieuwe mutaties op de show te brengen, vaak ook mutatiecombinaties die weer een aanwinst zijn voor onze hobby. Hopelijk kan het nieuwe fokseizoen 2016 u brengen wat u ervan verwacht en moge al uw wensen daarbij in vervulling gaan!!! Heel veel succes! Gerard v.d. Akker